Weinig moedwil, veel misverstand

Weinig moedwil, veel misverstand

Geert van de Ven

🔹 trainer Nederlands (NT2)
🔹 Nederlands/ Dutch voor buitenlandse professionals
🔹 eigenaar/owner Dutch in Dialogue

De taalwetenschapper John Gumpertz deed in de tachtiger jaren van de vorige eeuw onderzoek naar culturele misverstanden in alledaagse ontmoetingen. In een video-opname (uit de tijd van de postkantoren) zegt een Pakistaanse man aan het Engelse loket: ‘I WANT ten stamps NOW’ De woorden in hoofdletters geeft hij accent. Geen wonder dat de Engelse reactie: ‘Please, sir?’ is. Met als reactie: ‘I WANT ten stamps NOW, PLEASE’ Natuurlijk het woordje ‘want’ is ongelukkig gekozen en trekt misschien als eerste de aandacht. Maar zijn foute woordkeuze zou de nieuwkomer misschien worden vergeven, als het woordaccent niet precies viel op dit gewraakte woord en op het woordje ‘now’.

Kleine cues, grote gevolgen

Het geheel wekt voor de loketbeambte nu de indruk van een overassertieve immigrant die arrogant laat horen dat hij hier nu de orders uitdeelt. ‘No English  diplomacy at all’. Er is in deze casus echter geen moedwil in het spel: de Pakistaanse man volgt in zijn Engels een Urdu-ritmepatroon dat heel ongelukkig uitpakt in zijn uiting.

“Next pleaze”

Diplomacy pursued by other means

Recentelijk luisterde ik in de trein een zacht en beschaafd uitgesproken dialoog af tussen twee expats uit Groot Brittannië: “Oh, the Dutch they are so rude, never say ‘please'”. Nu is afluisteren misschien iets wat wijst op mijn diepe Hollandse onbeschaafdheid. Als excuus voer ik aan dat het professionele nieuwsgierigheid was en dat vooral de woorden “never say ‘please'” bleven haken in mijn herinnering.

De accenten vallen precies verkeerd. Hier is geen sprake van arrogantie of overassertiviteit, maar van kleine maar betekenisvolle ‘cues’ in het ritme waarvan noch de loketbeambte noch de Pakistaanse klant zich bewust zijn. Kleine ‘cues’ met grote gevolgen: een beledigde ambtenaar en een klant die zich achtergesteld voelt. En misschien belangrijker nog: geen postzegels. ‘Next, pleaze.’

“The Dutch, they are so rude, never say please”

Met Gumpertz in gedachten kwam ik thuis tot een heel andere conclusie. Nee, ‘please’ zeggen we inderdaad niet zo vaak. Maar de volle imperatief: ‘GEEF mij een biertje’ is in het Nederlands wel degelijk gemarkeerd. Zeker als ook de toon directief is. We verzachten wel degelijk: ‘Doe(t) (u) mij er nog maar eentje’, ‘Ja, graag, schenk(t) (u) me nog maar eens in.’ Wat opvalt: het Nederlands verzacht net als het Engels imperatieve uitingen, maar maakt vaak gebruik van andere middelen dan ‘alstublieft’. Wie als Engelstalige zoekt naar de precieze equivalenten uit de eigen taal komt bedrogen uit. Hij of zij wordt omringd door een wereld aan rudeness  vol ‘Dutch uncles’ die je zeggen hoe het moet.

“Love” is ook niet altijd romantisch bedoeld

Vertalers zijn heel alert op dit ‘hetzelfde met andere middelen’. Als die alertheid er even niet is, kom je tot wonderlijke ervaringen. In een Duitse bioscoop draaide een film van de Engelse cineast Ken Loach die in een Londense volksbuurt speelde. De film was tot in detail letterlijk ‘nachsynchronisiert'(nagesynchroniseerd) op elk Engels ‘love’ volgde in het Duits terstond ‘Schätzchen’. Het was een indrukwekkende film met een hilarisch misverstand: de film was veel minder romantisch dan het Duits deed vermoeden.