Insteken, omslaan, doorhalen, af laten gaan

Geert van de Ven, trainer Nederlands voor anderstalige professionals

Er was dat versje van mijn moeder waarmee ze mijn zusje breien leerde. Insteken, omslaan, doorhalen, af laten gaan. Ik moest eraan denken vandaag toen ik nadacht over het taalleerproces. Als expat leef je in de doeltaal als het goed is. Je steekt – al dan niet succesvol- in: al is het bij kennismaking enkel een hand, al is het bij een telefoongesprek enkel een ‘hallo’ of zoals ik recentelijk meemaakte: ‘Met Turkse mensen’. Al wijs je het brood aan in plaats van een lastige, verbale bestelling: ‘een dubbelgebakken bruin met zonnebloempitten’. En vaak ga je een stap verder (de bladzijde ‘omslaan’) en je leert in de taal. Soms heel simpel: ‘Mag ik een half bruin, gesneden, alstublieft’. Soms ingewikkeld: ‘Wat voor een soort pijn is het? Stekend? Kloppend? Zeurend? Waar zit de pijn: in uw voorhoofd, achterhoofd, linksachter, rechtsvoor? En hoe staat het met de boeddruk? Bovendruk? Onderdruk?’ Dat leren gaat met vallen en opstaan (doorhalen!), met horten en stoten soms, met meer vaart op een ander moment. Het moeilijkste is: niet te los, maar ook niet te perfectionistisch.

Uiteindelijk is het ook: af laten gaan: flexibel toepassen zonder alle techniek tot in detail te willen bewaken. De spontaniteit is ver te zoeken met zes bewakers op de schouders: ‘Is mijn zin goed gebouwd? Zijn mijn woorden begrijpelijk? Verstaanbaar? Klinkt het een beetje muzikaal, niet staccato? Is mijn betoog gestructureerd? Kijk ik mijn gesprekspartners aan?’ Voor taalgebruikers met groot kritisch vermogen zit hier de crux: perfectionisme overboord, alle aandacht voor de interactie. In de ogen, de mimiek, de reactie van de gesprekspartner aflezen of je het juiste spoor bewandelt. De discipline van een iets langzamer spreektempo, iets meer aandacht voor articulatie maar daarna… gaan! Leven (in de taal), leren (in de taal), en los laten gaan. We kennen een duurzame, circulaire economie. We kennen ook circulair leren: de cirkelgang van ervaring in het huidige sociale/arbeidzame leven, de daaruit ontstane leerbehoefte en het leren uitmondend in een nieuwe ervaring. Hoe beter en spontaner de nieuwe ervaring hoe meer motivatie voor nieuw leren.

Al aan het begin van een training heeft het zin de cirkel in beeld te brengen. Dan wordt vaak duidelijk dat een nieuwe taalleerder zich ook nu al redt bij een eerste kennismaking in het Nederlands. Maar ook dat er meer wensen zijn en dat die wensen niet alleen talig zijn, maar ook liggen op het vlak van het effectief benutten van de taal in wat lastiger communicatieve situaties. Als taal en zelfvertrouwen ook dan samengaan, is echte flexibiliteit bereikt.
Dat kan al non-verbaal beginnen: door een hand uit te steken en een naam te noemen. Daar spelen tal van andere persoonlijke kwaliteiten een rol. Daarom is het goed na geslaagde inoefening van een dialoog, passende complexiteit in te bouwen en de directe vaardigheid in het gebruik zo te flexibiliseren. In schema ziet dat er zo uit:

Overzicht en doelstelling kennismaking

Kennismaking zonder complicaties: inoefening 1:

Kennismaking met complicaties: inoefening 2:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.


%d bloggers liken dit: